werkwoorden
Werkwoorden
zijn woorden die aangeven welke handeling of toestand of welk proces in de zin
centraal staat. Werkwoorden geven aan in welke tijd de zin staat: de verleden,
tegenwoordige of toekomende tijd. Het werkwoord past zich altijd aan aan het
onderwerp van de zin; als het onderwerp in de eerste persoon enkelvoud staat,
moet het werkwoord dat ook zijn. Dit verschijnsel heet congruentie.
- Ik ga met de trein naar mijn werk.
(eerste persoon enkelvoud, tegenwoordige tijd)
- De meisjes hebben de hele middag
verstoppertje gespeeld. (derde persoon meervoud, voltooid
tegenwoordige tijd)
Als in een zin meer dan één werkwoord staat, is
een van die werkwoorden het hoofdwerkwoord. De andere werkwoorden zijn hulpwerkwoorden.
Het hoofdwerkwoord heeft de vorm van een voltooid deelwoord of het hele
werkwoord, ook wel de infinitief genoemd. Het hoofdwerkwoord is
onmisbaar; als het wordt weggelaten uit de zin blijft een ongrammaticale zin
over. In de tweede zin hierboven kan hebben worden weggelaten: 'De
meisjes speelden de hele middag verstoppertje.' (De zin moet wel wat
'omgebouwd' worden: 'De meisjes de hele middag verstopppertje gespeeld' is
natuurlijk geen correcte zin.) Zonder spelen is de zin echter niet meer
te begrijpen: 'De meisjes hebben de hele middag verstoppertje.' Hebben
is hier het hulpwerkwoord. Zinnen met meer dan één hulpwerkwoord zijn ook
mogelijk: 'Hij zou zich wel uit zo'n situatie hebben weten te redden'
heeft maar liefst vier werkwoorden. Welk is daarvan het hoofdwerkwoord? Daar is
achter te komen door de werkwoorden één voor één weg te strepen:
- Hij heeft zich wel uit zo'n situatie weten
te redden.
- Hij weet zich wel uit zo'n situatie
te redden.
- Hij redt zich wel uit zo'n situatie.
Redden blijft in de laatste zin over, en is
dus het hoofdwerkwoord.
Hoofdwerkwoorden kunnen we overigens ook weer
onderverdelen in twee soorten: zelfstandige werkwoorden en koppelwerkwoorden.
- Heb jij de nieuwste Harry Potter al gelezen?
(heb is hulpwerkwoord van tijd; het hoofdwerkwoord gelezen is
een zelfstandig werkwoord)
- Zij is lange tijd voorzitter geweest
(is is hulpwerkwoord van tijd, het hoofdwerkwoord geweest is
een koppelwerkwoord)