Voornaamwoorden
Voornaamwoorden zijn woorden die verwijzen naar personen, dieren of
zelfstandigheden, zonder die met name te noemen. Er zijn persoonlijke,
aanwijzende, betrekkelijke,
wederkerende, wederkerige, bezittelijke,
vragende
en onbepaalde
voornaamwoorden.
Het voornaamwoord kan zowel verwijzen binnen de tekst als buiten de tekst.
- Zij fietst naar het station. (verwijzing buiten de tekst)
- Ken je dat meisje? Nee, ik ken haar niet. (verwijzing binnen de
tekst)
In de eerste zin is de vrouw of het meisje naar wie verwezen wordt al bekend bij
de spreker en luisteraar. Zij is de referent van het persoonlijk
voornaamwoord zij. In de tweede zin wordt het meisje in de tekst genoemd.
Het woord meisje is het antecedent van haar, het woord waar haar
naar verwijst. Het voornaamwoord past zich aan aan het antecedent: het geslacht
(mannelijk, vrouwelijk of onzijdig) en getal (enkelvoud of meervoud) van het
antecedent moeten hetzelfde zijn als die van het voornaamwoord.