Onbepaalde voornaamwoorden verwijzen niet naar specifieke personen of zaken, maar hebben een heel algemene (dus 'onbepaalde') verwijzing. Voorbeelden van onbepaalde voornaamwoorden zijn alles, andere(n), elk,ieder, iedereen, iemand, iets. De woorden enige, enkele, ettelijke, menig(e), sommige, verscheidene, verschillende, genoeg, voldoende, zat ('Ik heb zat boeken'), wat ('Hij kan wel wat steun gebruiken') en alle worden soms als onbepaald voornaamwoord en soms als telwoord gezien.
Enkele voorbeelden:
In de zinnen 1-3 wordt het onbepaald voornaamwoord steeds zelfstandig gebruikt. Woorden als alle, enkele en sommige krijgen dan een n als ze naar personen verwijzen. In de zinnen 4 en 5 zijn de onbepaalde voornaamwoorden niet zelfstandig gebruikt.