Leerlijn rekenen |
|||||||||||||||||||||
Verhoudingstabel, verhoudingen |
|||||||||||||||||||||
| 1. "Ik kan vertellen wat in verhouding het grootst is." | |||||||||||||||||||||
| 2. “Ik kan een verhoudingstabel invullen." | |||||||||||||||||||||
| 3. "Ik begrijp de keer- en deelstrategie." | |||||||||||||||||||||
| 4. "Ik begrijp de strategie van het samenvoegen." Extra opgaven | |||||||||||||||||||||
| 5. "Ik kan een verdeling in een verhoudingstabel zetten." | |||||||||||||||||||||
| 6. "Ik weet wanneer ik een verhoudingstabel moet maken." | |||||||||||||||||||||