Oefenen na de analyse 'tekstbegrip'
Informatie uit de tekst kunnen reproduceren:
Informatie uit de tekst kunnen afleiden:
Betekenis van een woord afleiden
Voorspellen hoe de tekst verder gaat
Kunnen aangeven waar verwijswoorden naar verwijzen, gebruik kunnen maken van verwijswoorden:
Onderwerp van een tekst kunnen vaststellen:
Voorspellen aan de hand van de titel
Thema van een verhalende tekst
Doel van de schrijver kunnen aangeven, tekstsoorten kunnen herkennen:
Zakelijk: bedoeling schrijver (informatief)
Zakelijk: bedoeling schrijver (argumentatief)
Zakelijk: bedoeling schrijver (directief)
Zakelijk: bedoeling schrijver (door elkaar)
Let op: tekststructuren zijn in de analysetoets niet aan bod gekomen. Wie bovenstaande punten beheerst, kan verder gaan met deze oefeningen:
Tekststructuren (1): oorzaak-gevolg
Tekststructuren (2): middel-doel
Tekststructuren (3): probleem-oplossing
Tekststructuren (4): overeenkomst-verschil
Tekststructuren (5): opsomming
Tekststructuren (6): door elkaar